Mogelijke problemen in het Nederlands als gevolg van transfer
In het Litouws zijn een aantal kenmerken die verschillen van het Nederlands. Mogelijk leveren deze kenmerken problemen op in het Nederlands als gevolg van transfer. Deze problemen hoeven geen aanwijzing te zijn voor een taalontwikkelingsstoornis. Hieronder staan per deelgebied (fonologie, morfologie en syntaxis) kort de verschillen weergegeven. Voor uitgebreidere informatie over het Litouws kan paragraaf 2 geraadpleegd worden.
Fonologie Uitspraak Litouwse kinderen kunnen moeite hebben met de klank [v] in het Nederlands, omdat deze niet voorkomt in het Litouws. Wat betreft de klinkers kunnen kinderen moeite hebben met de uitspraak van de [ᴧ] (=/u/), [y.] (=/uu/), [εɪ.] (=/ei/ij/), [i] (=/ie/) en [ø] (=/eu/) omdat deze klanken in het Litouws niet voorkomen.
Klemtoon In het Nederlands hebben klinkers aan het eind van een woord of lettergreep geen korte intonatie. In het Litouws kan dit wel. Litouwse kinderen kunnen dit daarom fout doen in het Nederlands. Het Nederlands kent geen vallende of circumflex intonatie. Ook hier zouden daarom intonatiefouten kunnen optreden.
Morfologie Inflectie Het Nederlands kent minder inflectie dan het Litouws. De verwachting is dat kinderen niet veel problemen ervaren bij het verwerven van de Nederlandse morfologie. Een uitzondering kan het voltooid deelwoord zijn, omdat deze vorm niet bestaat in het Litouws.
Meervoudsvormen Een aantal woorden komen in het Litouws alleen als meervoudsvorm voor (bijvoorbeeld broek of feest in combinatie met getal voor hoeveelheid). Mogelijk gebruiken de kinderen deze vormen op dezelfde wijze in het Nederlands. Mogelijk leveren onregelmatige meervoudsvormen ook problemen op.
Uitdrukken onderlinge relatie tussen woorden In het Litouws drukt de naamval de functie van een woord uit. Mogelijk vinden Litouwse kinderen het lastig om de onderlinge relatie tussen woorden in het Nederlands uit te drukken. In het Nederlands is vaak het woord ‘van’ extra nodig om de onderlinge relatie in woorden uit te drukken.
Syntaxis Woordvolgorde Het Litouws kent een vrije woordvolgorde, waardoor Litouwse kinderen mogelijk problemen kunnen ondervinden met de Nederlandse woordvolgorde in zinnen. De algemene woordvolgorde van het Litouws (onderwerp, werkwoord, direct/indirect object) komt wel overeen met de algemene woordvolgorde van het Nederlands. Daarnaast mag het werkwoord ‘zijn’ in het Litouws worden weggelaten.
Ontkenningen Het Nederlands kent meer vormen van ontkenning (niet/geen of prefix on-) dan het Litouws (ne). Het zou kunnen dat Litouwse kinderen hierin moeilijkheden ervaren.
Vraagzinnen De vorming van vraagzinnen in het Litouws is anders dan in het Nederlands. In het Litouws kan op twee manieren een vraagzin worden gevormd. De eerste manier is doormiddel van intonatie en de tweede manier is door aan het begin van de zin een vraagwoord te plaatsen. De woordvolgorde in de zin wordt daarbij niet aangepast. In het Nederlands wordt in een vraagzin de positie van het onderwerp en werkwoord omgedraaid in een vraagzin. Dit levert mogelijk problemen op voor Litouwse kinderen.
Mogelijke vragen aan ouders/tolken m.b.t. specifieke TOS-elementen.
Momenteel wordt onderzoek gedaan naar de normale ontwikkeling van het Litouws, zodat kinderen met taalstoornissen op basis van die gegevens geïdentificeerd kunnen worden. Er zijn op dit moment geen onderzoeken naar specifieke taalontwikkelingsstoornissen bekend bij Litouwse kinderen. Hierdoor kunnen vragen gericht op specifieke TOS-elementen in het Litouws niet worden aangegeven.
Mogelijk biedt de checklist Algemene Symptomen van Taalstoornissen een handvat om de symptomen die een kind laat zien in de verschillende talen te inventariseren (Julien, 2010). Julien (2010) geeft aan dat de kans op een taalstoornis groot is als een aantal van de symptomen worden waargenomen in alle talen die een kind gebruikt. De volgende symptomen worden vermeld in de checklist Algemene Symptomen van Taalstoornissen (Julien, 2010):
Late aanvang van de eerste woorden en woordcombinaties in de moedertaal/talen.
Toont geen initiatief tot verbale communicatie met verzorgers en leeftijdgenoten, maar toont wil in communicatie via allerlei alternatieven voor taal: mimiek, gebaren, visuele ondersteuning.
Stille periode langer dan een jaar.
Toont zich gefrustreerd en vertoont afwijkend gedrag (teruggetrokken of druk en agressief).
Veel moeite om bepaalde klanken te produceren.
Bekenden van het kind geven aan moeite te hebben om het kind te begrijpen.
Zwak auditief geheugen.
Grote behoefte aan herhaling van informatie, zelfs als die wordt gebracht op eenvoudige en begrijpelijke manier voor andere meertalige kinderen die in dezelfde situatie opgroeien.
Veel moeite om nieuwe woorden te onthouden ondanks frequente blootstelling aan die woorden.
Kleine passieve (en/of actieve) woordenschat ondanks normaal cognitief niveau en ruime blootstelling aan talen.
Veel codewisseling in contact met iemand die een van de talen niet beheerst.
Overmatige onvloeiendheden.
Beperkte zinslengte
Vertraagde verwerving van grammaticale morfemen in de moedertaal.
Overregularisaties en simplificaties blijven lang in gebruik ook in de dominante taal.
Verandert vaak plotseling van gespreksonderwerp.
Geeft vaak inadequate antwoorden.
Uitblijven van vooruitgang ondanks logopedische behandeling.
Het Litouws behoort samen met het Lets en het uitgestorven Oud-Pruisisch tot de Baltische tak van de Indo-Europese talen.
Litouws wordt door ongeveer drie miljoen mensen gesproken in Litouwen en ongeveer door een half miljoen mensen elders in de wereld (situatie in 2005).
Het Litouws is de oudste levende Indo-Europese taal. Daarnaast is de taal nog het meest verwant aan het Proto-Indo-Europees: de 'oertaal' waar de Indo-Europese talen uit geëvolueerd zijn. Ook heeft het Litouws veel overeenkomsten met het Sanskriet.
Het Litouws heeft veel invloeden uit het Russisch. Litouwen is tijdens de Sovjetoverheersing vanaf de jaren '40 van de vorige eeuw tweetalig geweest met Russisch als officiële taal. Het onderwijs werd in het Russisch gegeven en ook op vele instituten was het Russisch de officiële spreek- en schrijftaal. Vanaf 1988 is het Litouws weer de officiële voertaal. Momenteel is het Litouws voor de meeste inwoners van Litouwen weer de eerste taal. Twee andere talen die veel gesproken worden in Litouwen zijn het Russisch en het Pools. Veel mensen zijn twee- of drietalig, waarbij talen in verschillende gradaties beheerst worden. Er wordt bijvoorbeeld Po Prostu, letterlijk vertaald: simpele taal, gesproken.
In 1990 is in Litouwen een Taalzuiveringscommissie opgericht met als doel het Litouws te beschermen tegen invloeden uit andere talen, om zo de archaïsche vorm te bewaren. Deze commissie boekt wisselend succes. Urnikytė & Snel (1999) geven als voorbeeld dat bizniz (business) succesvol is vervangen door verslas, maar dat printeris (printer) printeris blijft, ondanks het door de taalzuiveringscommissie voorgestelde spausdintuvas (afdrukker).
Dialecten
Grof gezegd worden er twee dialecten onderscheiden in het Litouws: Hoogland (Aukštaičių) en Laagland (Žemaičių) Litouws. De hoogland-variant vormt de basis voor het standaard Litouws.
2. Specifieke informatie over het Litouws
Fonologie
Het Litouws gebruikt het Latijnse alfabet met een aantal aanvullingen en aanpassingen. Het alfabet telt 32 letters. De letters <w>*, <x> en <q> komen in het Litouws niet voor. Men kent deze letters wel van buitenlandse namen. De letters <ą>, <ė>, <ę>, <į>, <ų>, <ū>, <č>, <š> en <ž> vullen het Litouwse alfabet aan.
*De letter <v> wordt uitgesproken als een [υ] (=/w/). De klank [υ] is dus wel bekend in het Litouws, de klank [v] niet.
Het Litouws heeft lange en korte klinkers. Ook is er sprake van palatalisatie van consonanten.
De [ɪ] wordt niet uitgesproken wanneer deze voor een <a>, <ą>, <o>, <u>, <ū> of <ų> staat.
Klinkers
Het Litouws kent de volgende klinkers:
Voorklinkers
Achterklinkers
Gesloten klinkers
y, į
i
u
ū, ų
Middenklinkers
ė
o
o
Open middenklinkers
ę
e
Open klinkers
a
ą
Lang
Kort
Lang
Kort
De <y> en <į> en de <ū> en <ų> zijn verschillende schrijfwijzen voor dezelfde klank (respectievelijk [i] en [u] (=/oe/).
Medeklinkers
Het Litouws kent de volgende medeklinkers:
Labiaal
Dentaal
Alveopalataal
Velaar
Glottaal
Stopklanken
Stemloos
p
t
k
Stemhebbend
b
d
g
Continuanten
Stemloos
f
s
š
ch
h
Stemhebbend
v
z
ž
Nasaal
m
n
Affricatieven
Stemloos
c
č
Stemhebbend
dz
dž
Apicale trilling: r
Lateraal: l
Palataal j
Alle medeklinkers behalve de [j] bestaan in twee vormen: gepalataliseerd en ongepalataliseerd. Bij gepalataliseerde klanken wordt het midden van de tong naar het gehemelte geduwd. Dit gebeurt in de volgende situaties:
Voor de voorklinkers <i>, <į>, <y>, <e>, <ė> en <ę> en voor de tweeklank <ie>.
Wanneer een medeklinker na een andere klinker gepalataliseerd moet worden uitgesproken, dan word dit duidelijk gemaakt door een <i> voor de betreffende klinker te schrijven (bijvoorbeeld <iu> of <iū>). De [ɪ] wordt in dit geval niet uitgesproken, maar dient enkel om de palatalisatie aan de duiden.
Aan het eind van een woord worden consonanten altijd ongepalataliseerd uitgesproken.
Assimilatie van consonanten
In het Litouws bestaat assimilatie van consonanten: de tweede of laatste medeklinker in een cluster bepaalt de kenmerken (palatalisatie, stemhebbenheid etc.) van de voorgaande klanken.
Alle finale klanken, m.u.v. de [l], [m], [n] en [r] zijn stemloos.
Tweeklanken
Het Litouws kent de pure diftongen (tweeklanken) <ai>, <au>, <ei>, <ie>, <ui> en <uo>.
Diftongen waarbij de <a>, <e>, <i> of <u> wordt gevolgd door een <l>, <m>, <n> of <r> zijn gemixte diftongen: een klinker gemixt met een sonorant, continuant of halfklinker.
Klemtoon
De klemtoon kan op alle syllabes van een woord vallen. Dit kan op verschillende manieren:
Korte intonatie
Wanneer korte klanken in het Litouws een klemtoon krijgen, dan krijgen deze meer nadruk, maar blijven wel kort uitgesproken (weergegeven met `): mamà (mama), nè (nee), pùpos (bonen).
Vallende intonatie
Lange klanken of tweeklanken hebben soms een 'vallende intonatie'. De klemtoon ligt dan meer op het eerste deel van de klank dan op het tweede deel (weergegeven met ´).
Voorbeeld bij een lange klinker: óras (lucht), ýpač (speciaal).
Voorbeeld bij tweeklanken: káimas (dorp), áuksas (goud), méilė (liefde).
Circumflex intonatie
Bij lange klinkers ligt de klemtoon soms meer op het tweede deel van de klank dan op het eerste deel (weergegeven met ~). Bijvoorbeeld: jõs (zij (meervoud)).
Lidwoorden
Het Litouws kent geen lidwoorden.
Geslacht
Woorden zijn in het Litouws mannelijk of vrouwelijk. Mannelijke zelfstandige naamwoorden eindigen in de eerste naamval op -as, -is en -ys. Vrouwelijke zelfstandige naamwoorden eindigen in de eerste naamval op -a, -ė of -i.
Morfologie
Het Litouws heeft een zeer rijke flexiemorfologie: het heeft veel grammaticale markeerders voor naamval, getal en geslacht. Omdat de taal fusioneel is, kan een suffix meerdere betekenissen uitdrukken. Zo betekent de uitgang -as in het woord namas (huis) dat het mannelijk is en het onderwerp van de zin aangeeft (nominatief).
Weetje: Een bijvoeglijk naamwoord in het Litouws kan tot 147 vormen hebben: 2 geslachtsnamen (mannelijk of vrouwelijk) * 6 naamvallen * 2 getallen (enkelvoud of meervoud) * 3 trappen van vergelijking + 3 geslachtsloze vormen[1] .
Werkwoordsvervoeging
Er zijn vier verschillende tijdsbepalingen in het Litouws: tegenwoordige tijd, verleden tijd, iteratief verleden tijd en de toekomende tijd.
Tegenwoordige tijd
De meeste werkwoorden in het Litouws zijn zwak. De werkwoorden worden in de tegenwoordige tijd ingedeeld in drie groepen met ieder een andere vervoeging. Onder welke vervoeging een werkwoord valt is afhankelijk van van de uitgang van de derde persoon enkelvoud.
De eerste vervoeging: derde persoon enkelvoud eindigt op -a (1). De tweede vervoeging: derde persoon enkelvoud eindigt op -i (2). De derde vervoeging: derde persoon enkelvoud eindigt op -o (3).
(1)
(2)
(3)
ik
aš
-u
-iu
-au
jij
tu
-i
-i
-ai
hij/zij
jis/ji
-a
-i
-o
wij
mes
-ame
-ime
-ome
jullie
jūs
-ate
-ite
-ote
zij (m/v)
jie/jos
-a
-i
-o
Verleden tijd
Over het algemeen zijn er twee soorten uitgangen in de verleden tijd.
(1)
(2)
ik
aš
-au
-iau
jij
tu
-ai
-ei
hij/zij
jis/ji
-o
-ė
wij
mes
-ome
-ėme
jullie
jūs
-ote
-ėte
zij (m/v)
jie/jos
-o
-ė
Meestal krijgt het werkwoord in de verleden tijd het tweede type vervoeging, wanneer het werkwoord in de tegenwoordige tijd eerste persoon enkelvoud eindigt op -iu of derde persoon -ia. Werkwoorden die in de tegenwoordige tijd eerste persoon enkelvoud eindigen op -u of in de derde persoon enkelvoud of meervoud eindigen op -a hebben vaak het eerste type vervoeging. Dit gaat echter niet altijd op. Er zijn veel uitzonderingen op de regel. Het is niet mogelijk om op basis van het infinitief te bepalen wat de verleden tijdsvorm van de vervoeging zal zijn. Ook zijn er veel werkwoorden die sterk worden vervoegd in de verleden tijd. Om na te gaan welke woorden dat zijn, kan men het beste een woordenboek gebruiken.
Iteratief verleden tijd (herhalende verleden tijd)
De iteratieve verleden tijd verwijst naar een actie die meerdere keren heeft plaatsgevonden in het verleden. Het is vergelijkbaar met het Nederlandse 'ik fietste vroeger naar school (niet eenmalig)', 'ik las dagelijks de krant'. Deze tijd wordt gevormd door -ti van het infinitief af te halen en daarvoor in de plaats de bijpassende uitgang toe te voegen. Er is hier maar een vervoeging mogelijk:
(1)
ik
aš
-davau
jij
tu
-davai
hij/zij
jis/ji
-davo
wij
mes
-davome
jullie
jūs
-davote
zij (m/v)
jie/jos
-davo
Toekomende tijd
De toekomende tijd wordt gevormd door de uitgang -ti van het infinitief af te halen en daarvoor in de plaats de bijpassende uitgang toe te voegen. Hier is maar een vervoeging mogelijk:
(1)
ik
aš
-siu
jij
tu
-si
hij/zij
jis/ji
-s
wij
mes
-sime
jullie
jūs
-site
zij (m/v)
jie/jos
-s
Naamvallen
Het Litouws heeft zeven naamvallen.
1.
Nominatief
NOM
Geeft het onderwerp van de zin aan.
2.
Genitief
GEN
Geeft een bezittelijke relatie aan.
3.
Datief
DAT
Geeft het indirecte object van het werkwoord aan.
4.
Accusatief
ACC
Geeft het directe object van het werkwoord aan.
5.
Instrumentalis
INS
Geeft aan hoe of waarmee iets wordt gedaan of waar iets in de buurt gebeurt.
6.
Locatief
LOC
Geeft aan waar iets is.
7.
Vocatief
VOC
Gebruikt om iemand aan te roepen of aan te spreken
Voorbeelden
Nominatief geeft het onderwerp van de zin aan Mano namas yra didelis Mijn huis:NOM is groot
Genitief geeft een bezittelijke relatie aan. Miesto gatvės Stad:GEN straten:GEN [De straten van de stad)
Datief geeft het indirecte object van het werkwoord aan. Jis duoda broliui knygą Hij geeft broer:DAT boek:ACC [Hij geeft zijn broer een boek]
Accusatief geeft het directe object van het werkwoord aan. Mama skaito laikraštį Moeder:NOM leest krant:ACC [Moeder leest de krant]
Instrumentalis geeft aan hoe of waarmee iets wordt gedaan. Jis rašo laišką pieštuku Hij schrijft brief:ACC potlood:INS [Hij schrijft een brief met een potlood)
Instrumentalis kan ook aangeven waar iets in de buurt gebeurt: Jis važiuoja sena gatve Hij rijdt oud straat:INS [Hij rijdt langs de oude straat]
Locatief geeft aan waar iets is: Universitetas yra miesto centre Universiteit:NOM is stad:GEN centrum:LOC [De universiteit is in het centrum van de stad]
Vocatief wordt gebruikt om iemand te roepen of aan te spreken.
Uitgangen
Iedere naamval heeft een eigen vaste uitgang, afhankelijk van of een woord mannelijk of vrouwelijk is. De eerste manier van verbuigen slaat op alle mannelijke zelfstandige naamwoorden die eindigen op -as, -is en -ys:
Naamval
Uitgang woorden op -as
Voorbeeld namas (huis)
Uitgang woorden op -is
Voorbeeld brolis (broer)
Uitgang woorden op -ys
Voorbeeld arklys (paard)
Nominatief
-as
namas
-is
brolis
-ys
arklys
Genitief
-o
namo
-io
brolio
-io
arklio
Datief
-ui
namui
-iui
broliui
-iui
arkliui
Accusatief
-ą
namą
-į
brolį
-į
arklį
Instrumentalis
-u
namu
-iu
broliu
-iu
arkliu
Locatief
-e
name
-yje
brolyje
-uje
arklyje
Vocatief
-e
name
-i
broli
-y
arkly
De tweede manier van verbuigen slaat op alle vrouwelijke zelfstandige naamwoorden die eindigen op -a, -ė en -i.
Naamval
Uitgang woorden op -a
Voorbeeld diena (dag)
Uitgang woorden op -ė
Voorbeeld gatvė (straat)
Uitgang woorden op -i
Voorbeeld marti (schoon-dochter)
Nominatief
-a
diena
-ė
gatvė
-i
marti
Genitief
-os
dienos
-ės
gatvės
-ios
marčios*
Datief
-ai
dienai
-ei
gatvei
-iai
marčiai
Accusatief
-ą
dieną
-ę
gatvę
-ią
marčią
Instrumentalis
-a
diena
-e
gatve
-ia
marčia
Locatief
-oje
dienoje
-ėje
gatvėje
-ioje
marčioje
Vocatief
-a
diena
-e
gatve
-i
marti
*In de combinatie -tia, -tią, -tio, -tiu en -tių wordt de <t> geschreven als <č>.
Verbuiging van de persoonlijke voornaamwoorden
De persoonlijke voornaamwoorden worden verbogen, afhankelijk van de naamval waarin deze worden gebruikt:
Naamval
ik
jij
hij
zij
wij
jullie
zij (mnl)
zij (vrl)
Nominatief
aš
tu
jis
ji
mes
jūs
jie
jos
Genitief
manęs
tavęs
jo
jos
mūsų
jūsų
jų
jų
Datief
man
tau
jam
jai
mums
jums
jiems
joms
Accusatief
mane
tave
jį
ją
mus
jus
juos
jas
Instrumentalis
manimi
tavimi
juo
ja
mumis
jumis
jais
jomis
Locatief
maniye
tavyje
jame
joje
mumyse
jumyse
juose
jose
Persoonlijke voornaamwoorden slaan bij voorwerpen ook op het geslacht van het zelfstandig naamwoord. Naar het woord stalas (tafel, mannelijk), wordt verwezen met hij, naar het woord naują (lamp, vrouwelijk) wordt verwezen met zij.
Meervoud
Hoe het meervoud gevormd wordt is afhankelijk van het geslacht van een woord en in welke naamval het woord voorkomt. Er zijn 42 mogelijkheden om meervoud te vormen: 2 mogelijke geslachten * 3 mogelijke vormen (afhankelijk van de uitgang van in de eerste naamval) * 7 naamvallen.
Mannelijk
Naamval
Uitgang woorden op -as
Voorbeeld namai (huizen)
Uitgang woorden op -is
Voorbeeld broliai (broers)
Uitgang woorden op -ys
Voorbeeld arkliai (paarden)
Nominatief
-ai
namai
-iai
broliai
-iai
arkliai
Genitief
-ų
namų
-ių
brolių
-ių
arklių
Datief
-ams
namams
-iams
broliams
-iams
arkliams
Accusatief
-us
namus
-ius
brolius
-ius
arklius
Instrumentalis
-ais
namais
-iais
broliais
-iais
arkliais
Locatief
-uose
namuose
-iuose
broliuose
-iuose
arkliuose
Vocatief
-ai
namai
-iai
broliai
-iai
arkliai
Vrouwelijk
Naamval
Uitgang woorden op -a
Voorbeeld dienos (dagen)
Uitgang woorden op -ė
Voorbeeld gatvės (straten)
Uitgang woorden op -i
Voorbeeld marčios (schoondochters)
Nominatief
-os
diena
-ės
gatvės
-ios
marčios
Genitief
-ų
dienos
-ių
gatvių
-ių
marčių
Datief
-oms
dienai
-ėms
gatvėms
-ioms
marčioms
Accusatief
-as
dieną
-es
gatves
-ias
marčias
Instrumentalis
-omis
diena
-ėmis
gatvėmis
-iomis
marčiomis
Locatief
-ose
dienoje
-ėse
gatvėse
-iose
marčiose
Vocatief
-os
diena
-ės
gatvės
-ios
marčios
Zelfstandige naamwoorden die alleen in het meervoud voorkomen
Een aantal zelfstandige naamwoorden komt alleen in het meervoud voor. Het gaat om de volgende woorden:
kelnės
broek
pusryčiai
ontbijt
lašiniai
spek
pamaldos
dienst
akiniai
bril
pabaigtuvės
feest
metai
jaar
pietūs
maaltijd
vartai
poort
vestuvės
bruiloft
žirklės
schaar
sukaktuvės
verjaardag
marškiniai
shirt
baltiniai
ondergoed
akėčios
eg
Deze woorden worden gebruikt in combinatie met cijfers om aan te geven hoeveel er van zijn.
Voorzetsels
Ieder voorzetsel heeft een bijbehorende naamval: genitief, accusatief of instrumentalis (alleen bij vaste uitdrukkingen gaan voorzetsels vergezeld van datief). Het object dat hoort bij voorzetsels moet in de juiste naamval weergegeven worden. De meeste voorzetsels hebben een bijbehorend object dat in genitief wordt weergegeven.
Namen in het Litouws
In het Litouws kunnen de suffixen -as, -is, -ys, -us, -ė en -a toegevoegd worden aan een familienaam van een man. Het suffix -ienė geeft een getrouwde vrouw aan en de suffixen -aitė, -ytė, -utė en -iutė geven ongetrouwde vrouwen aan.
Woordvolgorde
De algemene woordvolgorde is: onderwerp, werkwoord, direct of indirect object, bijwoord, infinitief en dan de eventuele overgebleven delen van de zin (SVO-taal):
Aš rašau laišką broliui. Ik:NOM schrijf brief:ACC broer:DAT [Ik schrijf een brief aan mijn broer]
Deze woordvolgorde is echter niet per se nodig. Het Litouws kent een vrije woordvolgorde. De zin 'Ik heb hem vandaag een brief te schrijven' kan als volgt gezegd worden:
Aš turiu jam šiandien rašyti laišką. Ik heb hem te schrijven vandaag brief
Aš turiu rašyti jam laišką šiandien. Ik heb vandaag hem brief te schrijven
Aš turiu jam laišką šiandien rašyti. Ik heb hem brief te schrijven vandaag
Aš turiu jam šiandien laišką rašyti. Ik heb hem te schrijven brief vandaag
Het woord krijgt in iedere positie de nadruk die logisch is in de zin.
In de tegenwoordige tijd mag het werkwoord būti (zijn) worden weggelaten. In plaats daarvan wordt een streepje geschreven. Dit gebeurt vooral in informele situaties:
Mano tėvas yra mokytojas Mijn vader is leraar [Mijn vader is een leraar]
Mano tėvas – mokytojas Mijn vader leraar [Mijn vader is een leraar]
Vraagzinnen
Er is geen aparte formulering van vraagzinnen. Alleen uit de intonatie van de zin blijkt dat het om een vraagzin gaat: Čia mano namas.
Hier is mijn huis.
Čia mano namas?
Is mijn huis hier?
Tu buvai vaker mieste.
Je was gisteren in de stad.
Tu buvai vakar mieste?
Was je gisteren in de stad?
Het is ook mogelijk om het woord ar in te voegen in een zin, waarin geen ander vraagwoord zit om te laten blijken dat het een vraag is. Ar čia mano namas?
Is mijn huis hier?
Ar tu buvai vakar mieste? Was je gisteren in de stad?
Vraagwoorden
Er zijn in het Litouws vraagwoorden voor wie/wat, hoeveel, welke. Het vraagwoord wordt altijd aan het begin van een vraagzin geplaatst.
Wie of wat: kas
De vorm van het vraagwoord is afhankelijk van de naamval waarin het gebruikt wordt. Bijvoorbeeld:
Kas atsitiko?
Wat:NOM is er gebeurd?
Ko jis nori? Wat:GEN wil hij?
Ką jis mato Wat:ACC ziet hij?
Hoeveel: keli Het vraagwoord voor 'hoeveel' (keli) komt alleen voor in het meervoud. De vorm van het vraagwoord is afhankelijk van de naamval waarin het gebruikt wordt. Ook heeft het een andere vorm bij mannelijke (MS) dan bij vrouwelijke (FM) zelfstandige naamwoorden. Bijvoorbeeld:
Keli žmonės atėjo? → Hoeveel:NOM:MS mannen kwamen? Kelias dienas jis čia buvo → Hoeveel:ACC:FM dagen was hij hier?
Welke: kuris Het vraagwoord voor 'welke' is kuris. Dit kan in verschillende vormen voorkomen, afhankelijk van de naamval en het geslacht van het bijbehorende zelfstandig naamwoord. Bijvoorbeeld:
Kuris mėnuo šilčiausias Lietuvoje?
Welke:NOM:MS maand is het warmst in Litouwen?
Kuri knyga tau patinka? Welk:NOM:FM boek vind je het leukst?
Ontkenning
Een ontkenning wordt altijd weergegeven door ne. Ne gaat altijd vooraf aan het woord dat het ontkent. Bij werkwoorden, bijvoeglijke naamwoorden en bijwoorden gaat ne als prefix vooraf aan het woord.
Krosnyje dega ugnis → Een vuur brandt in de oven Krosnyje nedega ugnis → Een vuur brandt niet in de oven Ugnis yra labai reikalinga → Het vuur is erg nodig Ugnis yra labai nereikalinga → Het vuur is erg onnodig Ugnis yra nelabai reikalinga → Het vuur is niet erg nodig
Bij zelfstandige naamwoorden wordt ook ne gebruikt, maar dan als los woord: Jis yra studentas → Hij is student Jis yra ne studentas → Hij is geen student
3. Overzicht van verwervingsvolgorde van bepaalde elementen in het Litouws
Er is geen overzicht bekend van de verwervingsfases van het Litouws. In uitgevoerde onderzoeken is veel gebruik gemaakt van case studies en kleine samples, waardoor in artikelen geen gemiddelde verwervingsleeftijd wordt genoemd. In de beschikbare onderzoeken is veel gebruik gemaakt van het onderzoeken van Child Directed Speech (CDS). CDS is taal die door een volwassene in een gesprek met een kind wordt gebruikt. Er is informatie beschikbaar over de verwerving van verkleinwoorden, bijvoeglijke naamwoorden en vertelvaardigheden. Hieronder wordt dit kort weergegeven:
Verkleinwoorden
Dabašinskienė (2012) heeft onderzoek gedaan naar het gebruik van verkleinwoorden in CDS in het Litouws. Hieruit blijkt dat verkleinwoorden een grote rol spelen in zowel de taalinput als de taalproductie van jonge kinderen. Verkleinwoorden zijn een van de eerste vormen van verbuigingen die kinderen verwerven als ze 2 à 3 jaar zijn. Het aantal verkleinwoorden dat een kind gebruikt heeft een hoge correlatie met het aantal verkleinwoorden dat een kind te horen krijgt.
Moeders spreken veel in verkleinwoorden tegen hun kind. Daarmee wordt het aantal mogelijke verbuigingen van 12 naar 3 teruggebracht. Jonge kinderen maken minder fouten in gender-agreement (het overeenkomen van geslacht en woordvorm) bij zelfstandige naamwoorden in de verkleinvorm.
Litouwse kinderen geven de voorkeur aan verkleinwoorden, omdat ze daarmee het systeem van verbuigingen vereenvoudigen. Daarmee vereenvoudigt ook hun taalverwerving.
Verkleinwoorden bereiken een piek in CDS als het kind ongeveer 2 jaar oud is. Tussen de leeftijd van 3 en 5 neemt het aantal verkleinwoorden in CDS weer af. Ondertussen leert het kind alle grammaticale categorieën te beheersen.
Bijvoeglijke naamwoorden
Kamandulytė-Merfeldienė (2012) heeft onderzoek gedaan naar de verwerving van bijvoeglijke naamwoorden in het Litouws. Hierbij heeft ze verwerving van gender agreement, number agreement en case agreement onderzocht. Agreement houdt in dat de vorm van het bijvoeglijk naamwoord past bij de vorm van het zelfstandig naamwoord. In andere woorden is dus onderzocht of het geslacht (mannelijk of vrouwelijk), getal (enkelvoud of meervoud) en naamval overeenkomt in de spraak van kinderen, of dat hier fouten in worden gemaakt. De leeftijd van de kinderen in dit onderzoek varieert van 1;7 – 3;11 jaar.
Verwerving van gender agreement bij bijvoeglijk naamwoorden
Uit longitudinale observatie blijkt dat het kenmerk gender agreement later wordt verworven dan de verbuigingen van het bijvoeglijke naamwoord en het zelfstandig naamwoord. De meeste fouten die kinderen maken in bijvoeglijke naamwoorden, worden dan ook hier gemaakt. Met name vrouwelijke woorden worden vervangen door de mannelijke vorm.
Verwerving van number agreement bij bijvoeglijke naamwoorden
Vroeg in de ontwikkeling leren Litouwse kinderen het meervoud al goed te gebruiken. Wanneer kinderen fouten maken dan bestaan deze uit het gebruik van enkelvoud waar meervoud gebruikt moet worden. Dat gebeurt met name bij bijvoeglijke naamwoorden met een zeldzame verbuiging (de uitzonderingen).
Verwerving van case agreement bij bijvoeglijke naamwoorden
Case agreement (de naamval correct toepassen) van bijvoeglijke naamwoorden is over het algemeen niet moeilijk voor kinderen om te leren, omdat de verbuigingen bij de bijvoeglijke naamwoorden grotendeels overeen komen de verbuigingen bij de zelfstandige naamwoorden, wat kinderen al eerder leren.
De fouten die de kinderen maakten in het onderzoek werden veroorzaakt door woorden die standaard in de genitief voorkomen (leerwoorden), of met naamvallen die pas later verworven worden in de taalontwikkeling (datief, instrumentalis en locatief).
Vertelvaardigheden
Balčiūnienė (2012) heeft onderzoek gedaan naar vertelvaardigheden bij 24 normaal ontwikkelende kinderen van 6/7 jaar. Alle kinderen hebben 'The cat story' verteld. Daarbij is beoordeeld wat de gemiddelde lengte van de uitingen is in woorden (MLUw). Ook is onderzocht wat voor zelfstandige naamwoorden, werkwoorden en bijvoeglijke naamwoorden gebruikt worden. Tot slot is beoordeeld hoe complex de zinnen zijn aan de hand van de gebruikte zinsstructuur: enkelvoudig of samengesteld. De samengestelde zinnen werden weer onderverdeeld in het wel of niet gebruiken van een voegwoord.
Algemene taalproductie
De kinderen hadden gemiddeld een MLUw van 9,1. Een grote positieve afwijking hiervan wijst op een versnelde taalontwikkeling, een grote negatieve afwijking hiervan wijst op een vertraagde taalontwikkeling.
Lexicale diversiteit
De kinderen refereren over het algemeen neutraal naar de hoofdrolspelers in het verhaal (met 'vogel', in tegenstelling tot specifiek: kraai, of algemeen: dier). Ook blijkt dat de kinderen veel verkleinwoorden gebruiken.
De Litouwse kinderen gebruiken op de leeftijd van 6/7 jaar nog weinig bijvoeglijke naamwoorden. Het gebruik van bijvoeglijke naamwoorden door kinderen van deze leeftijd kan wijzen op een versnelde taalverwerving.
Zinsproductie
De kinderen gebruikten ongeveer evenveel enkelvoudige als samengestelde zinnen. Bij de samengestelde zinnen werd het meest gebruik gemaakt van het voegwoord 'en'. Ook maakten de kinderen veel complexe gemengd samengestelde zinnen (bijvoorbeeld van het type: toen jaagde de hond op de kat om haar te doden, en de vogels konden gelukkig leven). Complexere structuren zijn wel moeilijk, maar lijken verworven op de leeftijd van 6/7 jaar.
4. Informatie over specifieke taalstoornissen in het Litouws
Momenteel wordt onderzoek gedaan naar de normale ontwikkeling van het Litouws, zodat kinderen met taalstoornissen op basis van die gegevens geïdentificeerd kunnen worden. Er zijn momenteel geen onderzoeken naar taalstoornissen bekend bij Litouwse kinderen.
Dabašinskienė en Kalėdaitė (2012) beschrijven dat er tot 1993 geen systematisch onderzoek is gedaan naar het Litouws. In 1993 werd het Litouws meegenomen in een longitudinale studie waarin verschillende talen worden onderzocht. Sindsdien is het Litouws een taal waarvan normale verwerving uitgebreid onderzocht wordt.
Op basis van bovenstaande gegevens zijn de volgende hypotheses opgesteld over mogelijke fouten in het Nederlands. Het is niet onderzocht of deze fouten ook daadwerkelijk worden gemaakt door Litouwse kinderen met Nederlands als tweede taal.
Fonologie
Omdat de klank [v] niet voorkomt in het Litouws kunnen Litouwse kinderen hier moeite mee hebben bij de uitspraak van het Nederlands. Daarnaast zal de uitspraak van sommige medeklinkers soms afwijken, omdat deze in het Litouws op verschillende manieren uitgesproken kunnen worden (gepalataliseerd vs. ongepalataliseerd).
Wat betreft de klinkers kunnen kinderen moeite hebben met de uitspraak van de [ᴧ] (=/u/), [y.] (=/uu/), [εɪ.] (=/ei/ij/), [i] (=/ie/) en [ø] (=/eu/) omdat deze klanken in het Litouws niet voorkomen.
Klemtoon
In het Nederlands hebben klinkers aan het eind van een woord of lettergreep geen korte intonatie. In het Litouws kan dit wel. Litouwse kinderen kunnen dit daarom fout doen in het Nederlands. Het Nederlands kent geen vallende of circumflex intonatie. Ook hier zouden daarom intonatiefouten kunnen optreden.
Lidwoorden
Het zal voor Litouwse kinderen waarschijnlijk moeilijk zijn om de Nederlandse lidwoorden te leren en te gebruiken, omdat het Litouws geen lidwoorden kent.
Geslacht
In het Nederlands is het woordgeslacht lang niet zo prominent als in het Litouws. Het is daarom niet aannemelijk dat Litouwse kinderen problemen ondervinden bij het aanleren van woordgeslacht in het Nederlands.
Morfologie
Het Litouws is een taal met een zeer rijke flexiemorfologie, in tegenstelling tot het Nederlands dat maar matig flexief is. De verwachting is daarom dat Litouwse kinderen weinig problemen ondervinden bij de Nederlandse morfologie. Morfologische problemen zijn te verwachten bij het gebruiken van het voltooid deelwoord, omdat deze vorm in het Litouws niet bestaat. Daarnaast hebben Litouwse kinderen mogelijk moeite met het Nederlandse onregelmatige meervoud (schip-schepen). Ook zullen mogelijk sommige woorden die in het Litouws alleen in het meervoud voorkomen (zoals bijvoorbeeld broek of feest) in het Nederlands ook in het meervoud worden gebruikt door Litouwse kinderen. Of als enkelvoud, terwijl meervoud bedoeld wordt.
Naamvallen
In het Litouws geeft de naamval de functie van een woord aan. In het Nederlands is dit niet het geval. Daarom is het mogelijk dat Litouwse kinderen problemen ondervinden met het in woorden uitdrukken van een onderlinge relatie tussen woorden. Bijvoorbeeld:
Miesto gatvės Stad:GEN straten:GEN [De straten van de stad)
Waar in het Litouws maar twee woorden zijn die door middel van hun uitgang de onderlinge relatie weergeven, is in het Nederlands een extra woord nodig: van.
Voorzetsels
Het is niet te verwachten dat Litouwse kinderen moeite hebben met de voorzetsels in het Nederlands. Het voorzetselsysteem in het Nederlands is eenvoudiger dan in het Litouws, omdat er in het Nederlands geen vaste naamvallen aan bepaalde voorzetsels verbonden zijn.
Zinsvorming
Litouwse kinderen kunnen problemen ondervinden met de Nederlandse woordvolgorde in zinnen, aangezien het Litouws een vrije woordvolgorde kent. De algemene woordvolgorde van het Litouws (onderwerp, werkwoord, direct/indirect object) komt wel overeen met de algemene woordvolgorde in het Nederlands.
Het woord 'zijn' mag in het Litouws worden weggelaten. In het Nederlands mag dit niet. Litouwse kinderen kunnen mogelijk vormen van het werkwoord 'zijn' onterecht weglaten in het Nederlands.
Vraagzinnen
Omdat het Litouws geen aparte formulering van vraagzinnen kent, kan het formuleren van vraagzinnen problemen opleveren. In het Litouws worden vraagwoorden vooraan in de zin geplaatst, maar de woordvolgorde blijft hetzelfde. In het Nederlands verandert de woordvolgorde wel in een vraagzin. Een Litouws kind zou in het Nederlands bijvoorbeeld kunnen vragen: wat hij wil? Of: hoeveel dagen hij was hier?
Negatie
In het Litouws wordt een ontkenning altijd gerepresenteerd door ne, als los woord of als prefix. In het Nederlands kan een ontkenning worden weergegeven met het woord 'niet' of 'geen', of als prefix 'on-'. Litouwse kinderen zouden daarom moeite kunnen hebben met ontkenningen in het Nederlands.
Alle Litouwse voorbeelden komen uit het boek 'Introduction to modern Lithuanian' van Dambriûnas, Klimas en Schmalstieg (1993).
Bibliografie
Balčiūnienė, I. (2012). Lithuanian narrative language at preschool age. Estonian papers in applied linguistics, 8, 21-36. doi: 10.5128/ERYa8.02
Dabašinskienė, I. (2012). Gender differences in language acquisition: A case study of Lithuanian diminutives. Journal of Baltic Studies, 43:2, 17-196, doi: 10.1080/01629778.2012.674795
Dabašinskienė, I. & Kalėdaitė, V. (2012). Child language acquisition research in the Baltic Area. Journal of Baltic Studies, 43:2, 151-160. doi: 10.1080/01629778.2012.674793
Dambriûnas, L., Klimas, A. & Schmalstieg, W.R. (1993). Introduction to modern Lithuanian. New York, NY: Franciscan Fathers.
Hogan-Brun, G., Ramonienė, M. & Grumadienė, L. (2005). The language situation in Lithuania. Journal of Baltic Studies, 36:3, 345-370. doi: 10.1080/01629770500000131
Julien, M. (2010). Taalstoornissen bij meertalige kinderen: Diagnose en behandeling. Amsterdam: Pearson.
Kamandulytė-Merfeldienė, L. (2012). Morphosyntactic features of Lithuanian adjective acquisition. Journal of Baltic Studies, 43:2, 239-250. doi: 10.1080/01629778.2012.674798
Lingvopedia (n.d.). Ontleend 20 januari 2015 aan http://lingvo.info/nl/lingvopedia/lithuanian.
Urnikytė, J. & Snel, J.C. (1999). 'God gaf tanden, God zal brood geven.' Over de lange geschiedenis van taalzuiverheid in het Litouws. In N. van der Sijs (red.), Taaltrots: Purisme in een veertigtal talen (pp. 211-222). Het Taalfonds.
Table of Contents
0. Praktische informatie voor taalonderzoek
Mogelijke problemen in het Nederlands als gevolg van transfer
In het Litouws zijn een aantal kenmerken die verschillen van het Nederlands. Mogelijk leveren deze kenmerken problemen op in het Nederlands als gevolg van transfer. Deze problemen hoeven geen aanwijzing te zijn voor een taalontwikkelingsstoornis. Hieronder staan per deelgebied (fonologie, morfologie en syntaxis) kort de verschillen weergegeven. Voor uitgebreidere informatie over het Litouws kan paragraaf 2 geraadpleegd worden.Fonologie
Uitspraak
Litouwse kinderen kunnen moeite hebben met de klank [v] in het Nederlands, omdat deze niet voorkomt in het Litouws. Wat betreft de klinkers kunnen kinderen moeite hebben met de uitspraak van de [ᴧ] (=/u/), [y.] (=/uu/), [εɪ.] (=/ei/ij/), [i] (=/ie/) en [ø] (=/eu/) omdat deze klanken in het Litouws niet voorkomen.
Klemtoon
In het Nederlands hebben klinkers aan het eind van een woord of lettergreep geen korte intonatie. In het Litouws kan dit wel. Litouwse kinderen kunnen dit daarom fout doen in het Nederlands. Het Nederlands kent geen vallende of circumflex intonatie. Ook hier zouden daarom intonatiefouten kunnen optreden.
Morfologie
Inflectie
Het Nederlands kent minder inflectie dan het Litouws. De verwachting is dat kinderen niet veel problemen ervaren bij het verwerven van de Nederlandse morfologie. Een uitzondering kan het voltooid deelwoord zijn, omdat deze vorm niet bestaat in het Litouws.
Meervoudsvormen
Een aantal woorden komen in het Litouws alleen als meervoudsvorm voor (bijvoorbeeld broek of feest in combinatie met getal voor hoeveelheid). Mogelijk gebruiken de kinderen deze vormen op dezelfde wijze in het Nederlands. Mogelijk leveren onregelmatige meervoudsvormen ook problemen op.
Uitdrukken onderlinge relatie tussen woorden
In het Litouws drukt de naamval de functie van een woord uit. Mogelijk vinden Litouwse kinderen het lastig om de onderlinge relatie tussen woorden in het Nederlands uit te drukken. In het Nederlands is vaak het woord ‘van’ extra nodig om de onderlinge relatie in woorden uit te drukken.
Syntaxis
Woordvolgorde
Het Litouws kent een vrije woordvolgorde, waardoor Litouwse kinderen mogelijk problemen kunnen ondervinden met de Nederlandse woordvolgorde in zinnen. De algemene woordvolgorde van het Litouws (onderwerp, werkwoord, direct/indirect object) komt wel overeen met de algemene woordvolgorde van het Nederlands. Daarnaast mag het werkwoord ‘zijn’ in het Litouws worden weggelaten.
Ontkenningen
Het Nederlands kent meer vormen van ontkenning (niet/geen of prefix on-) dan het Litouws (ne). Het zou kunnen dat Litouwse kinderen hierin moeilijkheden ervaren.
Vraagzinnen
De vorming van vraagzinnen in het Litouws is anders dan in het Nederlands. In het Litouws kan op twee manieren een vraagzin worden gevormd. De eerste manier is doormiddel van intonatie en de tweede manier is door aan het begin van de zin een vraagwoord te plaatsen. De woordvolgorde in de zin wordt daarbij niet aangepast. In het Nederlands wordt in een vraagzin de positie van het onderwerp en werkwoord omgedraaid in een vraagzin. Dit levert mogelijk problemen op voor Litouwse kinderen.
Mogelijke vragen aan ouders/tolken m.b.t. specifieke TOS-elementen.
Momenteel wordt onderzoek gedaan naar de normale ontwikkeling van het Litouws, zodat kinderen met taalstoornissen op basis van die gegevens geïdentificeerd kunnen worden. Er zijn op dit moment geen onderzoeken naar specifieke taalontwikkelingsstoornissen bekend bij Litouwse kinderen. Hierdoor kunnen vragen gericht op specifieke TOS-elementen in het Litouws niet worden aangegeven.Mogelijk biedt de checklist Algemene Symptomen van Taalstoornissen een handvat om de symptomen die een kind laat zien in de verschillende talen te inventariseren (Julien, 2010). Julien (2010) geeft aan dat de kans op een taalstoornis groot is als een aantal van de symptomen worden waargenomen in alle talen die een kind gebruikt. De volgende symptomen worden vermeld in de checklist Algemene Symptomen van Taalstoornissen (Julien, 2010):
Top
1. Algemene informatie over het Litouws
Het Litouws behoort samen met het Lets en het uitgestorven Oud-Pruisisch tot de Baltische tak van de Indo-Europese talen.Litouws wordt door ongeveer drie miljoen mensen gesproken in Litouwen en ongeveer door een half miljoen mensen elders in de wereld (situatie in 2005).
Het Litouws is de oudste levende Indo-Europese taal. Daarnaast is de taal nog het meest verwant aan het Proto-Indo-Europees: de 'oertaal' waar de Indo-Europese talen uit geëvolueerd zijn. Ook heeft het Litouws veel overeenkomsten met het Sanskriet.
Het Litouws heeft veel invloeden uit het Russisch. Litouwen is tijdens de Sovjetoverheersing vanaf de jaren '40 van de vorige eeuw tweetalig geweest met Russisch als officiële taal. Het onderwijs werd in het Russisch gegeven en ook op vele instituten was het Russisch de officiële spreek- en schrijftaal. Vanaf 1988 is het Litouws weer de officiële voertaal. Momenteel is het Litouws voor de meeste inwoners van Litouwen weer de eerste taal. Twee andere talen die veel gesproken worden in Litouwen zijn het Russisch en het Pools. Veel mensen zijn twee- of drietalig, waarbij talen in verschillende gradaties beheerst worden. Er wordt bijvoorbeeld Po Prostu, letterlijk vertaald: simpele taal, gesproken.
In 1990 is in Litouwen een Taalzuiveringscommissie opgericht met als doel het Litouws te beschermen tegen invloeden uit andere talen, om zo de archaïsche vorm te bewaren. Deze commissie boekt wisselend succes. Urnikytė & Snel (1999) geven als voorbeeld dat bizniz (business) succesvol is vervangen door verslas, maar dat printeris (printer) printeris blijft, ondanks het door de taalzuiveringscommissie voorgestelde spausdintuvas (afdrukker).
Dialecten
Grof gezegd worden er twee dialecten onderscheiden in het Litouws: Hoogland (Aukštaičių) en Laagland (Žemaičių) Litouws. De hoogland-variant vormt de basis voor het standaard Litouws.2. Specifieke informatie over het Litouws
Fonologie
Het Litouws gebruikt het Latijnse alfabet met een aantal aanvullingen en aanpassingen. Het alfabet telt 32 letters. De letters <w>*, <x> en <q> komen in het Litouws niet voor. Men kent deze letters wel van buitenlandse namen. De letters <ą>, <ė>, <ę>, <į>, <ų>, <ū>, <č>, <š> en <ž> vullen het Litouwse alfabet aan.*De letter <v> wordt uitgesproken als een [υ] (=/w/). De klank [υ] is dus wel bekend in het Litouws, de klank [v] niet.
Het Litouws heeft lange en korte klinkers. Ook is er sprake van palatalisatie van consonanten.
De [ɪ] wordt niet uitgesproken wanneer deze voor een <a>, <ą>, <o>, <u>, <ū> of <ų> staat.
Klinkers
Het Litouws kent de volgende klinkers:Medeklinkers
Het Litouws kent de volgende medeklinkers:Lateraal: l
Palataal j
Voor de voorklinkers <i>, <į>, <y>, <e>, <ė> en <ę> en voor de tweeklank <ie>.
Wanneer een medeklinker na een andere klinker gepalataliseerd moet worden uitgesproken, dan word dit duidelijk gemaakt door een <i> voor de betreffende klinker te schrijven (bijvoorbeeld <iu> of <iū>). De [ɪ] wordt in dit geval niet uitgesproken, maar dient enkel om de palatalisatie aan de duiden.
Aan het eind van een woord worden consonanten altijd ongepalataliseerd uitgesproken.
Assimilatie van consonanten
In het Litouws bestaat assimilatie van consonanten: de tweede of laatste medeklinker in een cluster bepaalt de kenmerken (palatalisatie, stemhebbenheid etc.) van de voorgaande klanken.Alle finale klanken, m.u.v. de [l], [m], [n] en [r] zijn stemloos.
Tweeklanken
Het Litouws kent de pure diftongen (tweeklanken) <ai>, <au>, <ei>, <ie>, <ui> en <uo>.Diftongen waarbij de <a>, <e>, <i> of <u> wordt gevolgd door een <l>, <m>, <n> of <r> zijn gemixte diftongen: een klinker gemixt met een sonorant, continuant of halfklinker.
Klemtoon
De klemtoon kan op alle syllabes van een woord vallen. Dit kan op verschillende manieren:Korte intonatie
Wanneer korte klanken in het Litouws een klemtoon krijgen, dan krijgen deze meer nadruk, maar blijven wel kort uitgesproken (weergegeven met `): mamà (mama), nè (nee), pùpos (bonen).Vallende intonatie
Lange klanken of tweeklanken hebben soms een 'vallende intonatie'. De klemtoon ligt dan meer op het eerste deel van de klank dan op het tweede deel (weergegeven met ´).Voorbeeld bij een lange klinker: óras (lucht), ýpač (speciaal).
Voorbeeld bij tweeklanken: káimas (dorp), áuksas (goud), méilė (liefde).
Circumflex intonatie
Bij lange klinkers ligt de klemtoon soms meer op het tweede deel van de klank dan op het eerste deel (weergegeven met ~). Bijvoorbeeld: jõs (zij (meervoud)).Lidwoorden
Het Litouws kent geen lidwoorden.Geslacht
Woorden zijn in het Litouws mannelijk of vrouwelijk. Mannelijke zelfstandige naamwoorden eindigen in de eerste naamval op -as, -is en -ys. Vrouwelijke zelfstandige naamwoorden eindigen in de eerste naamval op -a, -ė of -i.Morfologie
Het Litouws heeft een zeer rijke flexiemorfologie: het heeft veel grammaticale markeerders voor naamval, getal en geslacht. Omdat de taal fusioneel is, kan een suffix meerdere betekenissen uitdrukken. Zo betekent de uitgang -as in het woord namas (huis) dat het mannelijk is en het onderwerp van de zin aangeeft (nominatief).Weetje: Een bijvoeglijk naamwoord in het Litouws kan tot 147 vormen hebben: 2 geslachtsnamen (mannelijk of vrouwelijk) * 6 naamvallen * 2 getallen (enkelvoud of meervoud) * 3 trappen van vergelijking + 3 geslachtsloze vormen[1] .
Werkwoordsvervoeging
Er zijn vier verschillende tijdsbepalingen in het Litouws: tegenwoordige tijd, verleden tijd, iteratief verleden tijd en de toekomende tijd.Tegenwoordige tijd
De meeste werkwoorden in het Litouws zijn zwak. De werkwoorden worden in de tegenwoordige tijd ingedeeld in drie groepen met ieder een andere vervoeging. Onder welke vervoeging een werkwoord valt is afhankelijk van van de uitgang van de derde persoon enkelvoud.De eerste vervoeging: derde persoon enkelvoud eindigt op -a (1). De tweede vervoeging: derde persoon enkelvoud eindigt op -i (2). De derde vervoeging: derde persoon enkelvoud eindigt op -o (3).
Verleden tijd
Over het algemeen zijn er twee soorten uitgangen in de verleden tijd.Iteratief verleden tijd (herhalende verleden tijd)
De iteratieve verleden tijd verwijst naar een actie die meerdere keren heeft plaatsgevonden in het verleden. Het is vergelijkbaar met het Nederlandse 'ik fietste vroeger naar school (niet eenmalig)', 'ik las dagelijks de krant'.Deze tijd wordt gevormd door -ti van het infinitief af te halen en daarvoor in de plaats de bijpassende uitgang toe te voegen. Er is hier maar een vervoeging mogelijk:
Toekomende tijd
De toekomende tijd wordt gevormd door de uitgang -ti van het infinitief af te halen en daarvoor in de plaats de bijpassende uitgang toe te voegen. Hier is maar een vervoeging mogelijk:Naamvallen
Het Litouws heeft zeven naamvallen.Voorbeelden
Nominatief geeft het onderwerp van de zin aanMano namas yra didelis
Mijn huis:NOM is groot
Genitief geeft een bezittelijke relatie aan.
Miesto gatvės
Stad:GEN straten:GEN
[De straten van de stad)
Datief geeft het indirecte object van het werkwoord aan.
Jis duoda broliui knygą
Hij geeft broer:DAT boek:ACC
[Hij geeft zijn broer een boek]
Accusatief geeft het directe object van het werkwoord aan.
Mama skaito laikraštį
Moeder:NOM leest krant:ACC
[Moeder leest de krant]
Instrumentalis geeft aan hoe of waarmee iets wordt gedaan.
Jis rašo laišką pieštuku
Hij schrijft brief:ACC potlood:INS
[Hij schrijft een brief met een potlood)
Instrumentalis kan ook aangeven waar iets in de buurt gebeurt:
Jis važiuoja sena gatve
Hij rijdt oud straat:INS
[Hij rijdt langs de oude straat]
Locatief geeft aan waar iets is:
Universitetas yra miesto centre
Universiteit:NOM is stad:GEN centrum:LOC
[De universiteit is in het centrum van de stad]
Vocatief wordt gebruikt om iemand te roepen of aan te spreken.
Uitgangen
Iedere naamval heeft een eigen vaste uitgang, afhankelijk van of een woord mannelijk of vrouwelijk is.De eerste manier van verbuigen slaat op alle mannelijke zelfstandige naamwoorden die eindigen op -as, -is en -ys:
De tweede manier van verbuigen slaat op alle vrouwelijke zelfstandige naamwoorden die eindigen op -a, -ė en -i.
Verbuiging van de persoonlijke voornaamwoorden
De persoonlijke voornaamwoorden worden verbogen, afhankelijk van de naamval waarin deze worden gebruikt:Meervoud
Hoe het meervoud gevormd wordt is afhankelijk van het geslacht van een woord en in welke naamval het woord voorkomt. Er zijn 42 mogelijkheden om meervoud te vormen: 2 mogelijke geslachten * 3 mogelijke vormen (afhankelijk van de uitgang van in de eerste naamval) * 7 naamvallen.Mannelijk
Vrouwelijk
Zelfstandige naamwoorden die alleen in het meervoud voorkomen
Een aantal zelfstandige naamwoorden komt alleen in het meervoud voor. Het gaat om de volgende woorden:Voorzetsels
Ieder voorzetsel heeft een bijbehorende naamval: genitief, accusatief of instrumentalis (alleen bij vaste uitdrukkingen gaan voorzetsels vergezeld van datief). Het object dat hoort bij voorzetsels moet in de juiste naamval weergegeven worden. De meeste voorzetsels hebben een bijbehorend object dat in genitief wordt weergegeven.Namen in het Litouws
In het Litouws kunnen de suffixen -as, -is, -ys, -us, -ė en -a toegevoegd worden aan een familienaam van een man.Het suffix -ienė geeft een getrouwde vrouw aan en de suffixen -aitė, -ytė, -utė en -iutė geven ongetrouwde vrouwen aan.
Woordvolgorde
De algemene woordvolgorde is: onderwerp, werkwoord, direct of indirect object, bijwoord, infinitief en dan de eventuele overgebleven delen van de zin (SVO-taal):Aš rašau laišką broliui.
Ik:NOM schrijf brief:ACC broer:DAT
[Ik schrijf een brief aan mijn broer]
Deze woordvolgorde is echter niet per se nodig. Het Litouws kent een vrije woordvolgorde. De zin 'Ik heb hem vandaag een brief te schrijven' kan als volgt gezegd worden:
Aš turiu jam šiandien rašyti laišką.
Ik heb hem te schrijven vandaag brief
Aš turiu rašyti jam laišką šiandien.
Ik heb vandaag hem brief te schrijven
Aš turiu jam laišką šiandien rašyti.
Ik heb hem brief te schrijven vandaag
Aš turiu jam šiandien laišką rašyti.
Ik heb hem te schrijven brief vandaag
Het woord krijgt in iedere positie de nadruk die logisch is in de zin.
In de tegenwoordige tijd mag het werkwoord būti (zijn) worden weggelaten. In plaats daarvan wordt een streepje geschreven. Dit gebeurt vooral in informele situaties:
Mano tėvas yra mokytojas
Mijn vader is leraar
[Mijn vader is een leraar]
Mano tėvas – mokytojas
Mijn vader leraar
[Mijn vader is een leraar]
Vraagzinnen
Er is geen aparte formulering van vraagzinnen. Alleen uit de intonatie van de zin blijkt dat het om een vraagzin gaat:Čia mano namas.
Hier is mijn huis.
Čia mano namas?
Is mijn huis hier?
Tu buvai vaker mieste.
Je was gisteren in de stad.
Tu buvai vakar mieste?
Was je gisteren in de stad?
Het is ook mogelijk om het woord ar in te voegen in een zin, waarin geen ander vraagwoord zit om te laten blijken dat het een vraag is.
Ar čia mano namas?
Is mijn huis hier?
Ar tu buvai vakar mieste?
Was je gisteren in de stad?
Vraagwoorden
Er zijn in het Litouws vraagwoorden voor wie/wat, hoeveel, welke. Het vraagwoord wordt altijd aan het begin van een vraagzin geplaatst.Wie of wat: kas
De vorm van het vraagwoord is afhankelijk van de naamval waarin het gebruikt wordt. Bijvoorbeeld:
Kas atsitiko?
Wat:NOM is er gebeurd?
Ko jis nori?
Wat:GEN wil hij?
Ką jis mato
Wat:ACC ziet hij?
Hoeveel: keli
Het vraagwoord voor 'hoeveel' (keli) komt alleen voor in het meervoud. De vorm van het vraagwoord is afhankelijk van de naamval waarin het gebruikt wordt. Ook heeft het een andere vorm bij mannelijke (MS) dan bij vrouwelijke (FM) zelfstandige naamwoorden. Bijvoorbeeld:
Keli žmonės atėjo? → Hoeveel:NOM:MS mannen kwamen?
Kelias dienas jis čia buvo → Hoeveel:ACC:FM dagen was hij hier?
Welke: kuris
Het vraagwoord voor 'welke' is kuris. Dit kan in verschillende vormen voorkomen, afhankelijk van de naamval en het geslacht van het bijbehorende zelfstandig naamwoord. Bijvoorbeeld:
Kuris mėnuo šilčiausias Lietuvoje?
Welke:NOM:MS maand is het warmst in Litouwen?
Kuri knyga tau patinka?
Welk:NOM:FM boek vind je het leukst?
Ontkenning
Een ontkenning wordt altijd weergegeven door ne. Ne gaat altijd vooraf aan het woord dat het ontkent.Bij werkwoorden, bijvoeglijke naamwoorden en bijwoorden gaat ne als prefix vooraf aan het woord.
Krosnyje dega ugnis → Een vuur brandt in de oven
Krosnyje nedega ugnis → Een vuur brandt niet in de oven
Ugnis yra labai reikalinga → Het vuur is erg nodig
Ugnis yra labai nereikalinga → Het vuur is erg onnodig
Ugnis yra nelabai reikalinga → Het vuur is niet erg nodig
Bij zelfstandige naamwoorden wordt ook ne gebruikt, maar dan als los woord:
Jis yra studentas → Hij is student
Jis yra ne studentas → Hij is geen student
Top
3. Overzicht van verwervingsvolgorde van bepaalde elementen in het Litouws
Er is geen overzicht bekend van de verwervingsfases van het Litouws. In uitgevoerde onderzoeken is veel gebruik gemaakt van case studies en kleine samples, waardoor in artikelen geen gemiddelde verwervingsleeftijd wordt genoemd. In de beschikbare onderzoeken is veel gebruik gemaakt van het onderzoeken van Child Directed Speech (CDS). CDS is taal die door een volwassene in een gesprek met een kind wordt gebruikt. Er is informatie beschikbaar over de verwerving van verkleinwoorden, bijvoeglijke naamwoorden en vertelvaardigheden. Hieronder wordt dit kort weergegeven:Verkleinwoorden
Dabašinskienė (2012) heeft onderzoek gedaan naar het gebruik van verkleinwoorden in CDS in het Litouws. Hieruit blijkt dat verkleinwoorden een grote rol spelen in zowel de taalinput als de taalproductie van jonge kinderen. Verkleinwoorden zijn een van de eerste vormen van verbuigingen die kinderen verwerven als ze 2 à 3 jaar zijn. Het aantal verkleinwoorden dat een kind gebruikt heeft een hoge correlatie met het aantal verkleinwoorden dat een kind te horen krijgt.Moeders spreken veel in verkleinwoorden tegen hun kind. Daarmee wordt het aantal mogelijke verbuigingen van 12 naar 3 teruggebracht. Jonge kinderen maken minder fouten in gender-agreement (het overeenkomen van geslacht en woordvorm) bij zelfstandige naamwoorden in de verkleinvorm.
Litouwse kinderen geven de voorkeur aan verkleinwoorden, omdat ze daarmee het systeem van verbuigingen vereenvoudigen. Daarmee vereenvoudigt ook hun taalverwerving.
Verkleinwoorden bereiken een piek in CDS als het kind ongeveer 2 jaar oud is. Tussen de leeftijd van 3 en 5 neemt het aantal verkleinwoorden in CDS weer af. Ondertussen leert het kind alle grammaticale categorieën te beheersen.
Bijvoeglijke naamwoorden
Kamandulytė-Merfeldienė (2012) heeft onderzoek gedaan naar de verwerving van bijvoeglijke naamwoorden in het Litouws. Hierbij heeft ze verwerving van gender agreement, number agreement en case agreement onderzocht. Agreement houdt in dat de vorm van het bijvoeglijk naamwoord past bij de vorm van het zelfstandig naamwoord. In andere woorden is dus onderzocht of het geslacht (mannelijk of vrouwelijk), getal (enkelvoud of meervoud) en naamval overeenkomt in de spraak van kinderen, of dat hier fouten in worden gemaakt.De leeftijd van de kinderen in dit onderzoek varieert van 1;7 – 3;11 jaar.
Verwerving van gender agreement bij bijvoeglijk naamwoorden
Uit longitudinale observatie blijkt dat het kenmerk gender agreement later wordt verworven dan de verbuigingen van het bijvoeglijke naamwoord en het zelfstandig naamwoord. De meeste fouten die kinderen maken in bijvoeglijke naamwoorden, worden dan ook hier gemaakt. Met name vrouwelijke woorden worden vervangen door de mannelijke vorm.Verwerving van number agreement bij bijvoeglijke naamwoorden
Vroeg in de ontwikkeling leren Litouwse kinderen het meervoud al goed te gebruiken. Wanneer kinderen fouten maken dan bestaan deze uit het gebruik van enkelvoud waar meervoud gebruikt moet worden. Dat gebeurt met name bij bijvoeglijke naamwoorden met een zeldzame verbuiging (de uitzonderingen).Verwerving van case agreement bij bijvoeglijke naamwoorden
Case agreement (de naamval correct toepassen) van bijvoeglijke naamwoorden is over het algemeen niet moeilijk voor kinderen om te leren, omdat de verbuigingen bij de bijvoeglijke naamwoorden grotendeels overeen komen de verbuigingen bij de zelfstandige naamwoorden, wat kinderen al eerder leren.De fouten die de kinderen maakten in het onderzoek werden veroorzaakt door woorden die standaard in de genitief voorkomen (leerwoorden), of met naamvallen die pas later verworven worden in de taalontwikkeling (datief, instrumentalis en locatief).
Vertelvaardigheden
Balčiūnienė (2012) heeft onderzoek gedaan naar vertelvaardigheden bij 24 normaal ontwikkelende kinderen van 6/7 jaar. Alle kinderen hebben 'The cat story' verteld. Daarbij is beoordeeld wat de gemiddelde lengte van de uitingen is in woorden (MLUw). Ook is onderzocht wat voor zelfstandige naamwoorden, werkwoorden en bijvoeglijke naamwoorden gebruikt worden. Tot slot is beoordeeld hoe complex de zinnen zijn aan de hand van de gebruikte zinsstructuur: enkelvoudig of samengesteld. De samengestelde zinnen werden weer onderverdeeld in het wel of niet gebruiken van een voegwoord.Algemene taalproductie
De kinderen hadden gemiddeld een MLUw van 9,1. Een grote positieve afwijking hiervan wijst op een versnelde taalontwikkeling, een grote negatieve afwijking hiervan wijst op een vertraagde taalontwikkeling.Lexicale diversiteit
De kinderen refereren over het algemeen neutraal naar de hoofdrolspelers in het verhaal (met 'vogel', in tegenstelling tot specifiek: kraai, of algemeen: dier). Ook blijkt dat de kinderen veel verkleinwoorden gebruiken.De Litouwse kinderen gebruiken op de leeftijd van 6/7 jaar nog weinig bijvoeglijke naamwoorden. Het gebruik van bijvoeglijke naamwoorden door kinderen van deze leeftijd kan wijzen op een versnelde taalverwerving.
Zinsproductie
De kinderen gebruikten ongeveer evenveel enkelvoudige als samengestelde zinnen. Bij de samengestelde zinnen werd het meest gebruik gemaakt van het voegwoord 'en'. Ook maakten de kinderen veel complexe gemengd samengestelde zinnen (bijvoorbeeld van het type: toen jaagde de hond op de kat om haar te doden, en de vogels konden gelukkig leven).Complexere structuren zijn wel moeilijk, maar lijken verworven op de leeftijd van 6/7 jaar.
Top
4. Informatie over specifieke taalstoornissen in het Litouws
Momenteel wordt onderzoek gedaan naar de normale ontwikkeling van het Litouws, zodat kinderen met taalstoornissen op basis van die gegevens geïdentificeerd kunnen worden. Er zijn momenteel geen onderzoeken naar taalstoornissen bekend bij Litouwse kinderen.Dabašinskienė en Kalėdaitė (2012) beschrijven dat er tot 1993 geen systematisch onderzoek is gedaan naar het Litouws. In 1993 werd het Litouws meegenomen in een longitudinale studie waarin verschillende talen worden onderzocht. Sindsdien is het Litouws een taal waarvan normale verwerving uitgebreid onderzocht wordt.
Top
Mogelijke fouten in het Nederlands
Op basis van bovenstaande gegevens zijn de volgende hypotheses opgesteld over mogelijke fouten in het Nederlands. Het is niet onderzocht of deze fouten ook daadwerkelijk worden gemaakt door Litouwse kinderen met Nederlands als tweede taal.Fonologie
Omdat de klank [v] niet voorkomt in het Litouws kunnen Litouwse kinderen hier moeite mee hebben bij de uitspraak van het Nederlands.Daarnaast zal de uitspraak van sommige medeklinkers soms afwijken, omdat deze in het Litouws op verschillende manieren uitgesproken kunnen worden (gepalataliseerd vs. ongepalataliseerd).
Wat betreft de klinkers kunnen kinderen moeite hebben met de uitspraak van de [ᴧ] (=/u/), [y.] (=/uu/), [εɪ.] (=/ei/ij/), [i] (=/ie/) en [ø] (=/eu/) omdat deze klanken in het Litouws niet voorkomen.
Klemtoon
In het Nederlands hebben klinkers aan het eind van een woord of lettergreep geen korte intonatie. In het Litouws kan dit wel. Litouwse kinderen kunnen dit daarom fout doen in het Nederlands. Het Nederlands kent geen vallende of circumflex intonatie. Ook hier zouden daarom intonatiefouten kunnen optreden.Lidwoorden
Het zal voor Litouwse kinderen waarschijnlijk moeilijk zijn om de Nederlandse lidwoorden te leren en te gebruiken, omdat het Litouws geen lidwoorden kent.Geslacht
In het Nederlands is het woordgeslacht lang niet zo prominent als in het Litouws. Het is daarom niet aannemelijk dat Litouwse kinderen problemen ondervinden bij het aanleren van woordgeslacht in het Nederlands.Morfologie
Het Litouws is een taal met een zeer rijke flexiemorfologie, in tegenstelling tot het Nederlands dat maar matig flexief is. De verwachting is daarom dat Litouwse kinderen weinig problemen ondervinden bij de Nederlandse morfologie.Morfologische problemen zijn te verwachten bij het gebruiken van het voltooid deelwoord, omdat deze vorm in het Litouws niet bestaat.
Daarnaast hebben Litouwse kinderen mogelijk moeite met het Nederlandse onregelmatige meervoud (schip-schepen).
Ook zullen mogelijk sommige woorden die in het Litouws alleen in het meervoud voorkomen (zoals bijvoorbeeld broek of feest) in het Nederlands ook in het meervoud worden gebruikt door Litouwse kinderen. Of als enkelvoud, terwijl meervoud bedoeld wordt.
Naamvallen
In het Litouws geeft de naamval de functie van een woord aan. In het Nederlands is dit niet het geval. Daarom is het mogelijk dat Litouwse kinderen problemen ondervinden met het in woorden uitdrukken van een onderlinge relatie tussen woorden. Bijvoorbeeld:Miesto gatvės
Stad:GEN straten:GEN
[De straten van de stad)
Waar in het Litouws maar twee woorden zijn die door middel van hun uitgang de onderlinge relatie weergeven, is in het Nederlands een extra woord nodig: van.
Voorzetsels
Het is niet te verwachten dat Litouwse kinderen moeite hebben met de voorzetsels in het Nederlands. Het voorzetselsysteem in het Nederlands is eenvoudiger dan in het Litouws, omdat er in het Nederlands geen vaste naamvallen aan bepaalde voorzetsels verbonden zijn.Zinsvorming
Litouwse kinderen kunnen problemen ondervinden met de Nederlandse woordvolgorde in zinnen, aangezien het Litouws een vrije woordvolgorde kent. De algemene woordvolgorde van het Litouws (onderwerp, werkwoord, direct/indirect object) komt wel overeen met de algemene woordvolgorde in het Nederlands.Het woord 'zijn' mag in het Litouws worden weggelaten. In het Nederlands mag dit niet. Litouwse kinderen kunnen mogelijk vormen van het werkwoord 'zijn' onterecht weglaten in het Nederlands.
Vraagzinnen
Omdat het Litouws geen aparte formulering van vraagzinnen kent, kan het formuleren van vraagzinnen problemen opleveren. In het Litouws worden vraagwoorden vooraan in de zin geplaatst, maar de woordvolgorde blijft hetzelfde. In het Nederlands verandert de woordvolgorde wel in een vraagzin. Een Litouws kind zou in het Nederlands bijvoorbeeld kunnen vragen: wat hij wil? Of: hoeveel dagen hij was hier?Negatie
In het Litouws wordt een ontkenning altijd gerepresenteerd door ne, als los woord of als prefix. In het Nederlands kan een ontkenning worden weergegeven met het woord 'niet' of 'geen', of als prefix 'on-'. Litouwse kinderen zouden daarom moeite kunnen hebben met ontkenningen in het Nederlands.Top
5. Slotopmerkingen en literatuurverwijzingen
Alle Litouwse voorbeelden komen uit het boek 'Introduction to modern Lithuanian' van Dambriûnas, Klimas en Schmalstieg (1993).Bibliografie
Balčiūnienė, I. (2012). Lithuanian narrative language at preschool age. Estonian papers in applied linguistics, 8, 21-36. doi: 10.5128/ERYa8.02Dabašinskienė, I. (2012). Gender differences in language acquisition: A case study of Lithuanian diminutives. Journal of Baltic Studies, 43:2, 17-196, doi: 10.1080/01629778.2012.674795
Dabašinskienė, I. & Kalėdaitė, V. (2012). Child language acquisition research in the Baltic Area. Journal of Baltic Studies, 43:2, 151-160. doi: 10.1080/01629778.2012.674793
Dambriûnas, L., Klimas, A. & Schmalstieg, W.R. (1993). Introduction to modern Lithuanian. New York, NY: Franciscan Fathers.
Hogan-Brun, G., Ramonienė, M. & Grumadienė, L. (2005). The language situation in Lithuania. Journal of Baltic Studies, 36:3, 345-370. doi: 10.1080/01629770500000131
Julien, M. (2010). Taalstoornissen bij meertalige kinderen: Diagnose en behandeling. Amsterdam: Pearson.
Kamandulytė-Merfeldienė, L. (2012). Morphosyntactic features of Lithuanian adjective acquisition. Journal of Baltic Studies, 43:2, 239-250. doi: 10.1080/01629778.2012.674798
Lingvopedia (n.d.). Ontleend 20 januari 2015 aan http://lingvo.info/nl/lingvopedia/lithuanian.
Urnikytė, J. & Snel, J.C. (1999). 'God gaf tanden, God zal brood geven.' Over de lange geschiedenis van taalzuiverheid in het Litouws. In N. van der Sijs (red.), Taaltrots: Purisme in een veertigtal talen (pp. 211-222). Het Taalfonds.